1. Duurzame en groeiende stad

Inleiding

De verduurzaming van Amersfoort in combinatie met de groei van de stad zien wij als de voornaamste opgaven voor de toekomst. Deze opgaven vragen om een samenhangende visie en aanpak: immers, de groei van de stad biedt uitdagingen onder andere op het terrein van bereikbaarheid maar juist ook kansen voor de verduurzaming. De kunst wordt om bij nieuwbouw, inbreiding en renovatie niet een toekomstige verduurzamingsopgave te creëren.
Duurzaamheid en de energietransitie
Tegelijkertijd met de groei van de stad wordt er hard gewerkt aan de verduurzaming van Amersfoort. Zo dragen we bij aan het tegengaan van de wereldwijde klimaatverandering en proberen we de gevolgen ervan voor mens en natuur te beperken. Op het gebied van duurzaamheid werken we aan de energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en het eigen huis op orde. In de verschillende hoofdstukken in deze begroting komen deze onderwerpen naar voren.

Omdat van de totale CO2-uitstoot in Amersfoort ruim 40% wordt veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas is de uitdaging van de warmtetransitie groot. In Amersfoort vormt de vastgestelde Warmtevisie het startpunt voor het aardgasvrij maken van de stad. Vanuit deze visie ontwikkelen wij samen met bewoners wijkwarmteplannen: de eerste daarvan voor Schothorst Zuid is inmiddels afgerond. Een onderdeel van de toekomstige warmtevoorziening kan de realisatie van warmtenetten zijn. In 2020 gaan we verder met het opstellen van warmteplannen in de wijken. Daarnaast vraagt de bodem onze aandacht daar waar het gaat om warmte-koude opslag, geothermie en de benoemde warmtenetten.

In 2020 zullen we verder gaan met de uitvoering van het deelakkoord duurzaamheid. We continueren onze inzet als het gaat om zon op dak, grootschalige zon- en windenergie en geothermie. Het makelen in vraag en aanbod van geschikte daken voor zonnepanelen zal in 2020 van de grond komen. Verder zullen wij concreet in de Regionale Energiestrategie (RES) moeten aanwijzen waar we de opwek van duurzame energie samen met de regio willen realiseren en zal het eerste bod richting Rijk in 2020 plaatsvinden.
In lijn met het klimaatakkoord zullen we werken aan de betaalbaarheid van de energietransitie waarbij we particuliere woningeigenaren ontzorgen. Hoewel nog niet alles uitgekristalliseerd is, willen we zoveel mogelijk duidelijkheid aan onze inwoners bieden. We werken daartoe aan onafhankelijke informatievoorziening voor inwoners en we ondersteunen en faciliteren energiecoöperaties en bewonersinitiatieven in de stad. Per 1 januari 2020 start een onafhankelijk energieloket.
Overigens biedt het klimaatakkoord nog niet de benodigde financieringsmogelijkheden en extra middelen voor particuliere woningeigenaren. De komende periode zullen we daarom doorgaan met pilots op het gebied van gebouwgebonden financiering. Ook zullen bij appartementencomplexen in handen van VVE’s mogelijk garantstellingen aan de orde zijn. Immers, de investeringen die onze inwoners moeten doen zijn niet gering en de financiële instrumenten op de markt zijn nog onvoldoende. Daarnaast zullen we gebruik maken van de subsidiemogelijkheden die het Rijk ons biedt en doen we een aanvraag bij de proeftuin aardgasvrije wijken.
In 2020 ligt binnen de gemeenteljike organisatie de focus verder op het vergroten van de kennis en kunde op het vlak van duurzaam, CO2neutraal en circulair inkopen voor de openbare buitenruimte en het realiseren van energieneutrale of -leverende nieuwbouw zodat we in de toekomst de energievraag niet vergroten. We zullen daartoe ook alle juridische en wettelijke mogelijkheden benutten. Ook vinden wij het vanuit onze voorbeeldfunctie van belang dat ons gemeentelijk vastgoed verduurzaamt; daarvoor komen wij in 2020 met een Routekaart.
Groeiende stad: wonen en ruimtelijke ontwikkeling
Amersfoort is voor veel mensen een aantrekkelijke woonomgeving en de komende jaren blijft de stad groeien: met de huidige prognoses groeien we naar ruim 180.000 inwoners in 2040. Om deze opgave aan te pakken moeten we de komende jaren flink bouwen. We bouwen op diverse plekken zoals in Vathorst en de Hoef. Het Deltaplan Wonen biedt een maatregelenpakket waarbij blijvende aantrekkelijkheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop staan. We moeten elk jaar tot 2030 1000 woningen bouwen om aan de woningvraag te voldoen. Daartoe is een versnelling in realisatie van belang mede omdat daarmee de doorstroming in de stad mogelijk wordt. Het gebied langs Eem en Spoor is hiervoor de aangewezen plek. Hiervoor is de verplaatsing van de ROVA essentieel en zal tevens de Nieuwe Poort aanpassingen behoeven.
Naast uitleggebieden en grote binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen zijn er ook veel kleine locaties in de stad waar woningen toegevoegd worden. Uit ervaring blijkt dat dit een ingewikkelde opgave is die veel tijd vraagt. De hoogbouwvisie biedt inmiddels een kader en een instrument waar we hoogbouw aan kunnen toetsen. Daarnaast kan er in wijken al sprake zijn van problematiek op andere vlakken die door de toevoeging van nieuwe woningen niet geringer wordt. Komend jaar gaan we in deze wijken aan de slag met een integrale gebiedsgerichte aanpak.
Met de uitvoering van het Deltaplan Wonen en het actieplan Middenhuur zetten wij naast versnelling van de bouwopgave vooral in op het aanpakken van excessen op de woningmarkt en het bevorderen van de doorstroming. Hiervoor hebben wij in deze meerjarenbegroting extra middelen (oplopend naar 1,7 miljoen euro) opgenomen.
Om de aantrekkelijkheid en leefbaarheid in een groeiende stad op peil te houden moeten ook de voorzieningen meegroeien. Meer hierover is in hoofdstuk 3 te lezen.
Het tekort aan woningen heeft ook gevolgen voor het sociaal domein en de betaalbaarheid van de zorg. Er is een tekort aan geschikte woningen om de gewenste uitstroom van mensen vanuit zorginstellingen (maatschappelijke opvang etc.) goed te kunnen faciliteren. Samen met corporaties en zorginstellingen ontwikkelen wij nieuwe woonconcepten voor mensen die nog een (individuele) ondersteuningsbehoefte hebben. Wij geven prioriteit aan mensen die komen uit de maatschappelijke opvang
Wij vragen daarbij het Rijk en provincie om ondersteuning (expertise, middelen, regelruimte) bij het realiseren van de woonopgave en de daarmee samenhangende verstedelijkingsopgave zoals het bereikbaar houden van onze stad of voldoende recreatieruimte en andere voorzieningen van onze inwoners. Deze opgave in Amersfoort is onlosmakelijk verbonden met de verstedelijkingsopgaven van de U10/U16 en Regio Amersfoort (‘metropoolregio Utrecht’). Daarom wil Amersfoort samen met hen en partners zoals het rijk en de provincie een gezamenlijke verstedelijkingsstrategie opstellen.
Samen met de regio sluiten we een Woondeal met het Rijk om het woningtekort terug te dringen en betaalbaar aanbod te realiseren. Daarnaast sluiten we graag een brede regiodeal waarbij Provincie Utrecht, stad Utrecht, U16, stad Amersfoort en Regio Amersfoort gezamenlijk werken aan wijkvernieuwing (Utrecht Overvecht, Nieuwegein), verdichten en vergroenen (verdichting Amersfoort, stad-land verbindingen en Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug).
We zijn gestart met het proces van de Omgevingsvisie. De drie opgaven (groeiende stad, inclusieve stad, duurzame stad) vormen hiervoor het vertrekpunt. De omgevingsvisie legt de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast: de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, mobiliteit en cultureel erfgoed. In 2019 hebben we in de stad door middel van keukentafelgesprekken en wijkgesprekken informatie bij bewoners opgehaald. Vaststelling van de visie is voorzien in 2020.
Daarnaast werken we aan een ruimtelijk kader voor de randen van Amersfoort. Daarin worden de belangrijke waarden (zoals cultuurhistorie, natuur, wonen, werken, recreëren) in het gebied benoemd en geeft dit kader aan hoe hiermee omgegaan moet worden als er initiatieven zijn voor ontwikkelingen in het gebied. De visie voor de Heuvelrugzone zal in 2020 worden afgerond en de gesprekken over een visie Hoogland West en Vathorst-Noord worden voortgezet. Ook de toekomst van de landbouw in deze gebieden is een gesprek dat we samen met inwoners van dit gebied, belangenorganisaties en de raad voeren. Onlangs heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan die van invloed is op onze ruimtelijke ontwikkeling. Zij heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie (het neerslaan van deze stof op een vaste ondergrond) op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Deze ruimtelijke ontwikkelingen betreffen woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven en agrarische activiteiten. Wij hebben een ambtelijke tasforce in het leven geroepen die onderzoekt wat de gevolgen van de uitspraak zijn voor onze gemeente. Dit gebeurt o.a. in afstemming met het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK), de Provincie Utrecht en de VNG.
(duurzame) mobiliteit en verbeteren bereikbaarheid
Vanuit de centrale opgave om Amersfoort duurzaam en inclusief te laten groeien ligt er  een nadrukkelijke opgave voor mobiliteit. Toegang tot schone vervoersvormen, faciliteren van de woningbouw, en een leefbare omgeving m te wonen werken en recreëren staan daarbij centraal. Om de mobiliteitsgroei op te kunnen vangen zijn veranderingen nodig in de wijze waarop mobiliteit wordt gefaciliteerd. In zekere zin staat Amersfoort aan de vooravond van een mobiliteitstransitie. Hoe deze transitie eruit ziet en wat daarbij de ‘meest kansrijke sporen’ zijn valt niet vooraf te zeggen. De ontwikkelingen, veelal technologie gedreven, gaan snel en zijn niet altijd even voorspelbaar. De beschikbare ruimte om mobiliteit te kunnen faciliteren is beperkt en meer asfalt aanleggen is niet de oplossing. Het mobiliteitsgebruik en  het gedrag moet veranderen om de mobiliteitsgroei op te kunnen vangen. De komende jaren staan wij voor de uitdaging om tijdig en blijvend verkenningen te doen naar kansrijke technologieën en vervoersconcepten en tijdig in te spelen op kansen die zich voordoen, zowel technologisch als waar het gaat om samenwerkingen en bekostiging. Tijdig inhaken op de lobbykansen en  planvorming vanuit het rijk is daarbij essentieel, zoals in de huidige ideevorming over een stedelijk lightrailverbinding voor de Randstad. Daarbij ligt, gezien de aantallen en beperkingen op uitbreiding van de A28, voor de hand om aansluiting te vinden bij een verbinding met Utrechts Sciencepark.
Wij blijven werken aan de bereikbaarheid voor de auto, de fiets en het openbaar vervoer. Daarbij is afstemming en samenwerking met andere overheden, waaronder onze buurgemeenten, nodig (ontsluiting westzijde Vathorst/Bovenduist). Ook de projecten uit het programma VERDER worden afgerond.
Om de ambitie voor meer stadsrandparkeren te realiseren wordt in 2020 een haalbaarheidsstudie gedaan. Andere verkenningen die zullen worden gedaan zijn: het verbeteren van de verkeersveiligheid op de Noordewierweg, alternatieven of mogelijkheden om de verkeersontsluiting en verkeersveiligheid op de Nieuwe Poort en Centraal Stadsgebied te verbeteren.
De reconstructie van Knooppunt Hoevelaken en de verbreding van de A1 en A28 ondervinden tegenslagen. Dit als gevolg van de gestaakte aanbesteding van de A28. Ook de effecten van de PAS uitspraak zijn nog niet helemaal duidelijk.
Wij werken aan een beter fietsnetwerk in Amersfoort en in de regio. Wij voeren het fietsplan, waarvoor 5 mln. aan coalitiemiddelen beschikbaar is, versneld uit. Betere fietsverbindingen dragen bij aan een betere bereikbaarheid, minder uitstoot maar komt ook de leefbaarheid ten goede (minder autoverkeer en beslag op de openbare ruimte). Om de verkeersveiligheid te verbeteren starten we met de aanpak van de top 10 door fietsers als onveilige locaties aangegeven. Soms kan de verkeersveiligheid met kleine ingrepen worden verbeterd. Maar bijvoorbeeld rotonde Borneoplein vraagt om meer voorbereidingstijd en moet in nauw overleg met belanghebbenden worden uitgewerkt.    
Mobiliteit verduurzamen gaat over meer dan het faciliteren van een ‘schonere aandrijving met ’ voor motorvoertuigen met als einddoel zero-emissie. De toename in mobiliteit en verschillen in snelheden noopt tot een andere omgang met de openbare ruimte. De verdeling van de schaarse openbare ruimte betekent dat andere voetgangers en fietsers bijvoorbeeld meer ruimte krijgen. Een van de eerste concrete maatregelen hierin is het autoluw maken van de binnenstad.
Het college verkent concepten die mobiliteit bieden maar zonder eigen autobezit, zoals Mobility as a Service (MaaS).
In 2020 continueren we onze inzet op het verbeteren van de luchtkwaliteit op basis van een in het najaar van 2019 door de raad vast te stellen bijgestelde set van maatregelen. Inzet is om de WHO-normen voor 2030 te behalen.
Wij stellen een parkeervisie op waarin onder meer het parkeerbeleid - zal het vraagstuk over de benutting van de openbare ruimte bij een stijgende mobiliteitwens aan de orde komt. Parkeerdruk door forenzen, het bezit van een 2e of 3e auto en de druk die dit geeft op de openbare ruimte, betekent dat het college zal blijven verkennen in welke wijken parkeerregimes verbeterd kunnen worden om de leefbaarheid te verbeteren.In de binnenstad worden parkeerplaatsen op historisch mooie plaatsen opgeheven en langs de singels wordt betaald parkeren omgezet in vergunningparkeren.
Stedelijk beheer/milieu
Met de ontwikkeling en het structurele beheer van onze openbare ruimte zorgen wij voor een veilige, leefbare en groene stad. Vanwege het veranderende klimaat zijn hierbij maatregelen in onze ruimtelijke inrichting nodig waarmee we inspelen op de gevolgen, nu en in de toekomst. We werken hier in 2020 aan met de uitvoering van het Programma Klimaatbestendige en Groene stad, met ook aandacht voor thema’s als biodiversiteit en waterrobuustheid, in samenhang met vervangingen, herinrichtingen, inbreidingen en gebiedsontwikkeling. Met de klimaatverandering krijgen we ook meer te maken met invasieve exoten, zoals de eikenprocessierups. De bestrijding hiervan zal in 2020 extra aandacht vragen.
Op het gebied van milieu werken we aan een gezond stedelijk leven op het gebied van onder andere geluid, bodem en afval. Komend jaar vindt een grote sanering plaats van de VETgas terrein.
Een aspect van een circulaire economie is een afvalloze stad. Het doel is om afvalloos te zijn in 2030 op het gebied van huishoudelijk afval. We gaan daarom door met de uitrol van omgekeerd inzamelen. Tevens vindt conform het duurzaamheidsakkoord in 2020 een tussenevaluatie van de uitrol omgekeerd inzamelen plaats. In 2020 komen we met een actualisatie van de visie Stad zonder afval.

ga terug