Financiële ontwikkelingen meerjarenbegroting

In dit hoofdstuk laten wij de mutaties zien die zich hebben voorgedaan sinds de begroting 2019-2022. Dat betreft de mutaties die hebben geleid tot de Kadernota 2020-2023 en vervolgens de wijzigingen die zich ná het opstellen van de Kadernota hebben voorgedaan.  
Van begroting 2019-2022 naar Kadernota 2020-2023
- De jaarrekening 2018 heeft een positief saldo van € 10,2 miljoen dat ingezet kon worden voor de incidentele dekking van onze gezamenlijke opgaven.
- De herijking van reserves levert een incidentele vrijval van € 8,7 miljoen op. Ook komt er een structureel bedrag van € 0,77 miljoen vrij.
- De belastingopbrengsten worden geïndexeerd met 2%.
Overzicht beschikbare ruimte
Alles bij elkaar leidt dat tot een structurele ruimte van afgerond € 8 miljoen in de eerste drie jaren en € 6,5 miljoen in 2023. Zie ook onderstaande tabel.

Tabel: FO.01 Totaal beschikbare ruimte structureel
(x €mln.)

BEGROTING 2020

RAMING
2021

RAMING
2022

RAMING
2023

1

Saldo begroting 2019-2022 structureel

-

-

-

-1,5

2

Trendmatige verhoging belastingen

0,9

0,9

0,9

0,9

3

Doorwerking jaarrekening 2018

-

-

-

-

4

Loon-/prijsontwikkeling gemeentefonds

6,4

6,4

6,4

6,4

5

Vrijval reserves

0,8

0,8

0,8

0,8

Totaal beschikbare ruimte structureel

8,1

8,1

8,1

6,6

Incidenteel ziet de beschikbare ruimte er als volgt uit:

Tabel: FO.02 Totaal beschikbare ruimte incidenteel
(x €mln.)

BEGROTING 2020

RAMING
2021

RAMING
2022

RAMING
2023

1

Saldo begroting 2019-2022 incidenteel

-

-

-

2,9

2

Doorwerking jaarrekening 2018

-

-

-

-

3

Saldo jaarrekening 2018

10,2

-

-

-

4

Vrijval reserves

8,7

-

-

-

Totaal beschikbare ruimte incidenteel

18,9

-

-

2,9

Autonome ontwikkelingen die het structurele financiële beeld beïnvloeden
Tegenover de beschikbare structurele middelen staan diverse ontwikkelingen die geld kosten. Zoals diverse autonome ontwikkelingen, nieuwe investeringen en de groei van de stad. Wij komen dan tot het volgende beeld:
- Voor het dekken van de autonome ontwikkelingen is een structureel bedrag oplopend naar € 11 miljoen in 2023 nodig;
- De (kapitaal)lasten die samenhangen met de vervangingsinvesteringen vragen structureel om € 1,7 miljoen extra;
- We verwachten dat de areaalbudgetten naar verwachting gecompenseerd kunnen worden vanuit het gemeentefonds.

Autonome ontwikkelingen
Dit zijn ontwikkelingen die op ons af komen en waar we niet onderuit kunnen. Het zijn ontwikkelingen die we niet uit kunnen stellen en die ons overkomen. Voorbeelden hiervan zijn de loon- en prijsontwikkeling, de stijging van de energieprijzen, veranderde wet- of regelgeving waardoor we extra taken erbij krijgen, etc. Deze autonome ontwikkelingen leiden tot een extra structurele last van rond de € 7,9 miljoen in 2020 en 2021 en loopt op naar € 11 miljoen in de jaren 2022 en verder. In de bijlage bij de Kadernota vindt u een totaaloverzicht van deze posten; deze zijn uiteraard ook opgenomen in deze begroting op de desbetreffende programma's.

Vervangingsinvesteringen
De afgelopen jaren hebben ons college en de gemeenteraad aangegeven in elk geval en bij voorrang de structurele lasten die samenhangen met de (toekomstige) vervangingsinvesteringen te willen dekken. Vroeger werden de investeringen in nieuwbouwwijken vaak incidenteel gedekt binnen de grondexploitatie. Nu de wegen, bruggen, gebouwen etc. die 25 tot 40 jaar geleden gebouwd zijn aan vervanging toe zijn, ontbreekt structurele dekking hiervoor in onze begroting. Het gaat dan om de kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte, maatschappelijk vastgoed, ICT en onderwijs. Er staat nog één opgave open in het huidig plangebied Vathorst, te weten de bouw van het permanente scholencluster Laak 2 als vervanging van de tijdelijke opvanglocatie De VeenCampus. Deze bouw is tijdens de economische crisis uitgesteld, maar met het oog op onze zorgtaak voor onderwijshuisvesting dient deze opgave nu ingevuld te worden. Het betreft areaaluitbreiding en valt als zodanig niet onder de middelen voor doordecentralisatie. De lasten kunnen volledig gedekt worden.
De extra kapitaallasten voor de jaren 2020-2022 waren al geraamd in de meerjarenbegroting 2019-2022. De jaarschijf 2023 komt er nu bij. De extra last als gevolg van deze vervangingsinvesteringen bedraagt € 1,7 miljoen structureel in 2023. Aangezien de vervangingsinvesteringen de komende jaren nog doorgaan, lopen ook de kapitaallasten als gevolg van deze investeringen in de jaren na 2023 verder op. Uit berekeningen blijkt dat deze lasten grofweg met structureel € 1,5 miljoen per jaar oplopen. In één collegeperiode nemen de te dekken lasten als gevolg van de vervangingsinvesteringen dus met structureel € 6 miljoen toe.
Resumerend ziet het structurele financiële plaatje er op basis van bovenstaande als volgt uit:

Tabel: FO.03 Financieel beeld structureel
(x €mln.)

BEGROTING 2020

RAMING
2021

RAMING
2022

RAMING
2023

1

Beschikbare ruimte structureel

8,1

8,1

8,1

6,6

2

Loon-/prijsontwikkeling

-7,0

-7,0

-7,0

-7,0

3

Autonome ontwikkelingen

-0,9

-0,9

-2,0

-2,0

4

Vervangingsinvesteringen

-

-0,1

0,3

-1,7

Financieel beeld structureel

0,2

0,1

-0,6

-4,1

Autonome ontwikkelingen die het incidentele beeld beïnvloeden
Tegenover de beschikbare incidentele middelen, staan ook autonome ontwikkelingen die geld kosten. Zoals bijvoorbeeld de Voor- en Vroegschoolse Educatie voor een bedrag van € 0,8 miljoen in zowel 2020 als in 2021. Daarnaast kost de wettelijke plicht om het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen naar schatting € 0,5 miljoen incidenteel in 2020.
Resumerend ziet het incidentele financiële plaatje er als volgt uit:

Tabel: FO.04 Financieel beeld incidenteel
(x €mln.)

BEGROTING 2020

RAMING
2021

RAMING
2022

RAMING
2023

1

Beschikbare ruimte incidenteel

18,9

-

-

2,9

2

Autonome ontwikkelingen

-1,3

-0,8

-

-

3

Prioriteiten

-16,7

-

-

-

4

Dekking 2021 incidenteel

-0,4

0,4

-

-

Financieel beeld incidenteel

0,5

-0,4

-

2,9

Keuzes
Met de begroting 2020-2023 willen wij een impuls geven aan de realisatie van onze gezamenlijke opgaven. Wij geven prioriteit aan ontwikkelingen die om extra aandacht vragen. Het functioneren van de woningmarkt, de betaalbaarheid van de zorg en de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid vragen om aanvullende maatregelen.
Beperkte ruimte
Tegelijkertijd worden wij ook geconfronteerd met beperkte (structurele) financiële ruimte. De structureel beschikbare middelen gaan op aan de autonome ontwikkelingen, de kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen en de gestegen lonen en prijzen. Met als gevolg een structureel tekort vanaf 2022. Dat betekent dat er de komende jaren zonder keuzes te maken geen structurele middelen zijn voor de nog niet financieel vertaalde opgaven. Incidenteel is er wel financiële ruimte voor de incidentele prioriteiten. Daarnaast worden wij geconfronteerd met een blijvend negatief financieel perspectief na 2023. Wij staan voor een toekomstbestendig Amersfoort. Wij zien de inkomsten teruglopen en de uitgaven toenemen. Daarnaast willen we blijven investeren in de stad. De financiële situatie op de lange termijn vraagt dan ook om verscherpte aandacht en oplossingen. De komende maanden zullen wij in overleg met de gemeenteraad met voorstellen komen om het financiële perspectief te verbeteren.
In 2020 incidenteel geld uitgeven en voor langere termijn zoeken naar extra ruimte
Vanwege de budgettaire beperkingen op de langere termijn kiezen wij ervoor om voor de komende jaren met name incidenteel geld uit te trekken voor onze gezamenlijke opgaven.  De incidentele ruimte die er is willen wij als volgt inzetten.

Tabel: FO.05 Saldo nog beschikbare ruimte incidenteel
(x €mln.)

BEGROTING 2020

Duurzame en groeiende stad

1

Deltaplan wonen

1,5

2

Ontwikkeling langs Eem en Spoor (waaronder o.a. de Nieuwe Poort en verplaatsing Rova)

3,5

3

Ontwikkeling Stadshart

1,0

4

Energietransitie

2,5

5

Klimaatadaptatie

0,4

6

Luchtkwaliteit

0,1

Inclusieve en veilige stad

7

Sociaal Domein

4,0

8

Woonoverlast

0,1

9

Radicalisering

0,1

10

Minimabeleid

0,5

11

Boa's

0,5

Lerende en werkende stad

12

Circulaire economie

1,0

13

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij

1,5

Totaal prioriteiten

16,7

Beschikbare ruimte incidenteel

18,9

Autonome ontwikkelingen

-1,3

Dekking 2021 incidenteel

-0,4

Saldo nog beschikbare ruimte incidenteel

0,5

In totaal besteden wij dan in 2020 een bedrag van € 18,4 miljoen. Waarvan een bedrag van € 16,7 miljoen wordt ingezet voor de prioriteiten zoals weergegeven in de tabel hierboven en € 1,3 miljoen nodig is voor de incidentele autonome ontwikkelingen. En er een bedrag van € 0,4 miljoen wordt gebruikt als eerste aanzet voor de incidentele dekking van de jaarschijf 2021.
Er resteert dan nog een incidenteel beschikbaar bedrag van € 0,5 miljoen, welke bij de behandeling van de Kadernota in uw Raad grotendeels is benut.
Structureel perspectief
In de kadernota hebben wij hoofdzakelijk voorstellen gedaan voor besteding van incidentele middelen in 2020. De opgaven vragen echter om een structurele aanpak. Daarvoor ontbreken momenteel echter de financiële middelen. Wij hadden dan ook nadrukkelijk de ambitie om voor deze opgaven structureel geld vrij te maken, door middel van ombuigingen en/of inkomsten te verhogen. Vanwege de financiële effecten van de meicirculaire 2019, die negatief waren, hebben wij besloten om deze ambities en opgaven tot en met 2023 vooralsnog incidenteel te dekken. Het betreft de volgende onderwerpen:
a. De inspanning op het gebied van de woningbouw: Daarvoor is volgens het Deltaplan ongeveer structureel € 1,7 miljoen nodig. Daarnaast zijn aanvullende stortingen in de reserve sociale woningbouw nodig;
b. Energietransitie: wij verwachten een extra inzet tussen de € 1,5 en € 2,5 miljoen structureel nodig te hebben;
c. Een aantal posten, zoals de BOA’s, minimabeleid, radicalisering, VVE en woonoverlast die samen optellen tot € 2 miljoen.
Deze lijst is niet volledig. Nu zijn alleen de belangrijkste prioriteiten genoemd.

Tabel: FO.06 Structureel meerjarig begrotingssaldo
(x €mln.)

BEGROTING 2020

RAMING
2021

RAMING
2022

RAMING
2023

Saldo kadernota 2020-2023 structureel

0,1

0,0

-0,8

-4,2

Saldo kadernota 2020-2023 incidenteel

0,7

-0,3

0,1

3,0

Saldo kadernota 2020-2023

0,8

-0,3

-0,7

-1,2

Aangenomen moties en amendementen

-0,3

-

-

-

Saldo kadernota 2020-2023 incl. moties en amendementen

0,5

-0,3

-0,7

-1,2

Meicirculaire 2019 (accres, BCF en overige ontwikkelingen)

-2,7

-5,1

-8,9

-6,9

Financieel perspectief na meicirculaire 2019 (conform RIB, na jeugdzorg)

-2,2

-5,4

-9,6

-8,1

Mutaties na kadernota 2020-2023 en meicirculaire 2019:

1

Saldo indexering

-1,8

-1,6

-1,3

-0,6

2

Cao-ontwikkeling (lagere loonindex)

1,4

0,2

0,2

0,2

3

Mutatie rente

-0,7

-0,7

-0,6

-0,3

4

Areaaluitbreiding (inclusief belastingen)

0,3

-0,3

-0,4

-2,1

5

Diverse mutaties

0,1

0,3

-

0,5

Begrotingssaldo

-2,9

-7,5

-11,5

-10,4

Saldo incidentele baten en lasten

-7,7

-9,0

-9,8

-8,7

Structureel begrotingssaldo

4,8

1,5

-1,7

-1,7

De belangrijkste financiële ontwikkeling die zich heeft voorgedaan ná het vaststellen van de Kadernota betreft de gevolgen van de meicirculaire van het gemeentefonds 2019.
Daarover bent u geïnformeerd middels RIB 2019-056 van 25 juni 2019. Het Kabinet heeft in de meicirculaire slechts incidenteel geld beschikbaar gesteld voor de jeugdzorgproblematiek. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties staat de gemeenten echter toe om dit bedrag ook ná 2021 structureel te ramen, onder het opnemen van een risicopost hierover. Ons College heeft dit bedrag op basis van het standpunt van de minister van BZK structureel geraamd in de begroting. Nu het Rijk extra middelen beschikbaar heeft gesteld voor het opvangen van de groei in de (jeugd)zorg hebben wij de bij het coalitiekoord opgenomen structurele middelen (€ 3 miljoen) opgenomen in de algemene middelen.
De voor onze gemeente relevante taakmutaties uit de gemeentefondscirculaires zijn opgenomen in deze begroting.
Na de Kadernota en de meicirculaire van het gemeentefonds 2019 hebben zich nog de volgende ontwikkelingen voorgedaan:
1. De indexering van de gemeentelijke begroting voor prijzen en subsidies valt hoger uit dan eerder geraamd. Hiervoor is aanvullend € 1,8 miljoen nodig in 2020; dat bedrag loopt in de meerjarenraming af;
2. De effecten van de CAO-loon-ontwikkeling zijn daarentegen in het eerste jaar wel positief. Omdat de CAO-loonstijging gefaseerd in gaat in 2020 en niet volledig per 1 januari, vallen de loonkosten in 2020 mee. Dat scheelt € 1,4 mln. in 2020. De jaren erna doet dit effect zich niet meer voor omdat de CAO-lonen structureel verhoogd zijn. In die jaren hebben we ten opzichte van de ramingen bij de Kadernota een voordeel van ongeveer € 0,2 mln.
3. De rente-effecten voor de begroting pakken negatief uit. Dit wordt met name veroorzaakt door extra aflossingen op hypotheekleningen van ambtenaren. Nu de rente laag is, zien we dat steeds meer (oud-)personeelsleden hun lening vervroegd aflossen. Dat scheelt ons rente-inkomsten. We gaan er vooralsnog van uit dat de rente meerjarig op een laag niveau blijft voor het aantrekken van nieuwe leningen, zeker nu de Europese Centrale Bank weer een opkoopprogramma van € 20 miljard per maand heeft opgezet. Dat effect is reeds meegenomen in het rente-effect op deze regel waardoor we per saldo ene rente-nadeel hebben van € 0,7 mln. in 2020.
4. Vanwege bijgestelde ramingen van het aantal inwoners en woonruimten is de areaaltoekenning licht gewijzigd ten opzichte van de ramingen van vorig jaar. Vorig jaar raamden we de areaaluitbreiding tot en met 2022; nu is daar de jaarschijf 2023 nieuw bij gekomen. Daarnaast loopt vanaf 2020 ook belastingen mee in de areaalsystematiek.
5. Diverse overige posten welke in de loop der jaren fluctueren.  
Er resteert dan nog een tekort in de begroting van € 2,9 miljoen in de jaarschijf 2020. Dat tekort loopt de jaren na 2020 op naar ongeveer € 10 miljoen. Die tekorten dienen de komende jaren nog in overleg met uw Raad opgelost te worden. In 2020 hadden we in de Kadernota nog een surplus van € 0,4 miljoen incidenteel, welke we bij de Kadernota ingezet hebben om 2021 incidenteel te dekken. Dat bedrag willen we nu inzetten in 2020, waardoor er per saldo nog € 2,5 miljoen onttrokken dient te worden aan de saldireserve om een sluitende begroting te realiseren.
Wanneer we kijken naar ons structurele begrotingssaldo in 2020 (dat is het begrotingssaldo gecorrigeerd voor de incidentele baten en lasten van dat jaar) dan is ons saldo positief. De provinciale toezichthouder toetst aan het structurele saldo voor wat betreft de vraag of de begroting structureel sluitend is. In die zin zijn we in 2020 uit de gevarenzone. De komende jaren hebben we echter nog wel een opgave, waarover we samen met uw Raad in gesprek gaan. Het uitgangspunt van een voor elk jaar sluitende meerjarenbegroting heeft ons College vanwege de financiële problematiek voor deze begroting laten varen.